Samenwerking tussen huisarts en voetzorgverlener bij schimmelinfecties essentieel.

Huisartsen hebben een duidelijk omschreven protocol over hoe zij worden geacht om te gaan met schimmelinfecties aan de nagel of aan de huid. Niet bij elke onychomycose is orale medicatie noodzakelijk en kan worden volstaan met een goed zorg-protocol. Hiervoor kan worden doorverwezen naar een goed getrainde voetzorgverlener. Synergie van kennis en kracht zal helpen één van de hardnekkigste voetproblemen (onychomycose) in de huisartsenpraktijk nog beter te kunnen managen.

Samenwerking tussen de huisarts en de voetzorgverleners is essentieel

Een gecontroleerde mogelijkheid om via een zorgtraject i.s.m. de voetverzorger de patiënt een goed alternatief te bieden als er geen noodzaak is medicatie voor te schrijven.


Voor de huisarts zijn er met name bij nagelschimmels weinig mogelijkheden. Het is of niets doen, of het inzetten van orale antimycotica. Dat laatste wordt door de Nederlandse huisarts veelal niet gedaan. De huisarts volgt daarmee het beleid om restrictief om te gaan met orale antimycotica. Een andere reden kan zijn dat de patiënt de orale antimycotica om medische redenen niet kan nemen. De huisarts kan de patiënt wel verwijzen naar de apotheek/drogist voor een product met een lokale applicatie. De huisarts heeft dan echter geen overzicht wat de patiënt hiermee doet. Als de lokale applicatie bovendien niet goed wordt aangebracht is de handeling zinloos. Goede begeleiding en informatie door de voetverzorger is essentieel om de resultaten positief te beïnvloeden. In Nederland zijn er bovendien meer dan 900 goed opgeleide voetzorgverleners die met toestemming van de huisarts een diagnostiek kunnen aanvragen. Die toestemming behelst niet alleen een “ja”of een “nee” maar markeert het begin van een intensieve samenwerking


De rol van de voetverzorger

De voetverzorger kan een belangrijke rol spelen bij het opzetten van een effectief zorgtraject bij voorkeur in samenwerking met de huisarts. De huisarts moet toestemming geven voor het laboratoriumonderzoek. Toegang tot schimmeldiagnostiek biedt de nodige zekerheid voor de voetverzorger, zodat deze binnen de grenzen van het zorgtraject blijft. Het biedt ook de cliënt van de voetverzorger zekerheid, want een schimmel is met het blote oog niet waar te nemen en een verkeerd ingezet zorgtraject kan schadelijk zijn. Door de begeleiding van de voetverzorger kan de huisarts de patiënt een goed alternatief bieden en daarmee overzicht houden over de acties die door patiënt van de huisarts genomen worden. Tevens wordt de patiënt professioneel begeleid bij het verzorgen van de schimmelinfectie.


Gediplomeerde voetverzorgers kunnen alleen gebruik maken van Schimmeldiagnostiek als zij een cursus van een dag hebben gevolgd.  De cursus is geaccrediteerd en met veel zorg en kennis samengesteld.  Een wezenlijk deel van de cursus wordt besteed aan communicatie met de huisarts. Als een voetverzorger een positieve uitslag krijgt is het niet meer dan logisch dat dit teruggekoppeld wordt naar de huisarts en dat deze ook van het zorgtraject en het resultaat op de hoogte gesteld wordt. Verder noemen wij het bewust een zorgtraject omdat de interventie van de voetverzorger per definitie niet primair gericht is op het weg krijgen van de schimmelinfectie maar ook om uitbreiding te voorkomen, en de cliënt van goede informatie te voorzien. Na drie jaar moet de voetverzorger op herscholing als deze gebruik wenst te blijven maken van de mogelijkheid voor Schimmeldiagnostiek voor de voetverzorger.


Het kan ook zo zijn dat er een negatieve uitslag terugkomt. Deelnemers aan de cursus is het principe van differentiaal diagnosticeren aangeleerd. Als schimmelinfectie wegvalt heeft hij/zij vast een duidelijk beeld in kaart gebracht met suggesties. Dat moet aan de huisarts worden doorgegeven die dan met patiënt kan kijken wat er dan wel aan de hand is. De voetverzorger kan dan een rol blijven spelen in een goede verzorging. Huisartsen reageren meestal uitermate positief op schimmeldiagnostiek door de voetverzorger, anderen hebben een afwachtende houding, slechts enkelen vinden dat schimmelinfecties aan de nagel of huid van de voet uitsluitend bij de huisarts thuishoren ondanks het feit dat de huisarts sterk gelimiteerd is in het aantal oplossingen.


Als bij een positieve uitslag de huisarts toch overgaat op het geven van orale medicatie dan is het van belang dat de voetzorgverlener de verdikte nagel dun freest. Hiermee wordt de schimmellading vermindert en heeft de orale therapie een grotere kans van slagen. Bovendien heeft de medisch voetzorgverlener een aantal Medisch Hulpmiddelen tot zijn/haar beschikking waarmee zij een lokaal en veilig zorgtraject in kan zetten na overleg met de huisarts. Bovendien kan de medisch voetzorgverlener de cliënt de nodige handvatten geven over hygiëne, huidverzorging rondom de nagel, en schoenen laten reinigen. Dit wordt heel veel vergeten en de niet behandelde schoen is de grootste bron van her-infectie.


Communicatie met de huisarts

Voor goede communicatie met de huisarts kan de voetzorgverlener zich beter voorbereiden als hij/zij weet welke vragen de huisarts stelt om tot een differentiaaldiagnose te komen.

De voetzorgverlener kan hierop anticiperen en deze vragen uitgewerkt aan de huisarts voorleggen met zijn of haar eigen bevindingen erbij.


De huisarts vraagt naar

  • de lokalisatie van de huidafwijkingen;

  • de aard van de klachten (jeuk of pijn);

  • de mate van hinder, de duur en het beloop van de klachten;

  • huidafwijkingen elders, haar- of nagelafwijkingen;

  • contact met (huis)dieren met huidafwijkingen (mogelijke besmettingsbron);

  • eerdere episoden, beloop en eventuele behandeling daarvan (sommige dermatomycosen recidiveren frequent);

  • eventueel zelf toegepaste behandelingen (lokale antimycotica zijn vrij verkrijgbaar).


De huisarts bekijkt de aangedane huiddelen, let daarbij op de lokalisatie en beoordeelt de efflorescenties. De huisarts gaat zo nodig na of elders op het lichaam ook huidafwijkingen aanwezig zijn (denk aan een ide-reactie aan de handen in combinatie met tinea pedis).


Ook deze vragen kunnen aan de cliënt gesteld worden als voorbereiding op een gesprek of correspondentie met de huisarts van cliënt. Dat kan natuurlijk alleen geschieden na toestemming van de cliënt. Er zijn voetzorgverleners die een certificaat schimmeldiagnostiek hebben behaald. Zij kunnen een onderzoek initiëren maar hebben wel toestemming van de huisarts nodig. Het bovenstaande kan helpen om op een professionele en gerichte manier met de huisarts te communiceren.


Conclusie

Schimmeldiagnostiek door de voetverzorger i.s.m. de huisarts geeft nieuwe mogelijkheden voor die patiënten waarbij het voorschrijven van medicatie geen optie is. Schimmeldiagnostiek kan vast een voorbereidende rol spelen om elkaar beter te leren kennen, een vertrouwensrelatie op te bouwen en patiënten een goed alternatief te bieden als er sprake is van een schimmelinfectie aan de huid of de nagel van de voet.

ACTIVITEITEN

Opleidingen/ Cursussen

Congressen

Voetzorgplus

  • Mischa Nagel's Collectie

Mischa Nagel
Zorgspecialist
OVERZICHT
  • Facebook Social Icon
  • LinkedIn

© 2020 MischaNagel.nl