De gepigmenteerde huid | Behandeling vergt kennis en kunde!

De aanwezigheid van migranten in Nederland heeft zowel maatschappelijke als sociale gevolgen, ook voor de gezondheidszorg. Omgaan met mensen van verschillende etnische en sociale achtergronden is niet altijd gemakkelijk en vergt naast kennis en inventiviteit, ook empathie en aanpassing van de zorgverlener. Zijn interne ziekten voor alle mensen gelijk, voor huidaandoeningen geldt dit niet. Een aandoening aan de gepigmenteerde huid kan er heel anders uit zien dan diezelfde aandoening aan een blanke huid.

De Latijns-Amerikaanse, de Oost-Aziatische (van de Inuit in het noorden tot de Maleisische types aan de evenaar met inbegrip van de Chinezen en de Noord- en Zuid-Amerikaanse Indianen), de Zuid-Aziatische (onder andere Pakistan en India, in Nederland bekend als de Hindoestaanse huid), de Perzische (Turkije, Marokko, Iran) en de Kaukasische huid (de zogenoemde blanke huid): al deze huidtypen hebben hun eigen kenmerken.

Wil een zorgverlener een huidziekte begrijpen bij de gepigmenteerde huid, dan zal deze het verschil moeten kunnen zien tussen normale en abnormale pigmentaties van de huid. Daarnaast moet de zorgverlener ook inzicht hebben in kleurverschillen. Zo kunnen huidirritaties bij de blanke huid een rode kleur hebben, terwijl ze bij de donkere huid paarsig of grijs van kleur zijn.


De gepigmenteerde versus blanke huid

De cohesie tussen de keratinocyten onderling in de epidermis is in de gepigmenteerde huid groter dan in de blanke huid. Daarom krabben patiënten met een blanke huid een jeukende huidziekte vaak open, terwijl er bij patiënten met een gepigmenteerde huid een lichenificatie (vergroving van het huidreliëf) optreedt. Ook vesiculae (blaasjes) gaan bij mensen met een blanke huid gemakkelijker stuk, terwijl ze in de gepigmenteerde huid lang intact kunnen blijven. Omdat de inhoud van een blaasje in de gepigmenteerde huid niet goed te zien is, worden vesiculae vaak als papels (kleine bultjes) waargenomen. Opgemerkt moet worden, dat deze verschillen wel met het blote oog te zien zijn, maar niet onder de microscoop.


Bovengenoemde verschillen zijn belangrijk bij de volgende factoren:


Erytheem (roodheid)

Door de overliggende pigmentatie is roodheid als teken van ontsteking in een gepigmenteerde huid vaak niet waar te nemen. Een belangrijk onderdeel van de diagnose komt daarmee te vervallen, namelijk het kijken. Om die reden is naast het kijken, ook het voelen van essentieel diagnostisch belang. Ontstekingsverschijnselen als calor (warmte), dolor (pijn), tumor (zwelling) en functieverlies zijn dan immers wel waarneembaar.

<tk2>Verschillen in hoeveelheid pigmentatie

Variaties in de kleur van de huid tussen rassen onderling, worden met name bepaald door de mate van melaninepigmentatie. Melaninen zijn een groep zwarte, bruine, rode of gele pigmenten. Melanocyten zijn cellen die dit pigment synthetiseren, door middel van hiertoe gespecialiseerde membraangebonden organellen: de melanosomen. De melanocyten bevinden zich in de basale cellagen van de epidermis. Ze hebben een sterk vertakkend (dendritisch) cytoplasma, dat zich in alle richtingen tussen de aangrenzende keratinocyten uitstrekt. Op die manier is berekend dat elke melanocyt in contact staan met gemiddeld 36 keratinocyten, waarop zij melanosomen overdragen. De aantallen epidermale melanocyten zijn het hoogst in het gelaat en de genitalia en het laagst op de bovenarmen. Door chronische blootstelling aan zonlicht kan het aantal melanocyten ter plaatse verdubbelen.


Melanosoom De forse interraciale verschillen in de mate van huidpigmentatie, berusten echter niet op verschillen in het aantal melanocyten, maar worden juist bepaald door de hoeveelheid en distributie van melanosomen. Zo zijn er in de donkergekleurde huid veel melanosomen in de keratinocyten aanwezig, die ook groter en sterker beladen zijn met melanine dan in de blanke huid en die, eenmaal overgedragen aan de aangrenzende keratinocyten, bovendien langzaam afgebroken worden.

Daarnaast zijn in de donkergekleurde huid de melanocyten zelf groter en sterker vertakkend. Bovendien heeft dit type huid een forse pigmentstapeling in alle cellen in de basale cellaag van de epidermis.


De verschillen in pigmentatie hebben direct effect op:


Verbranding

De minimale erythemateuze dosis (MED) UV-licht voor een gepigmenteerde huid is 25 tot 30 keer hoger dan voor een blanke huid. MED is de dosis UV-stralen waarbij de bestraalde huid na 24 uur licht rozerood verkleurd. Voor het individu is echter vooral de dikte van de opperhuid als bescherming tegen zonlicht van belang. Deze adaptatiefactor is bij alle rassen aanwezig, met als gevolg dat ook gekleurden die langere tijd niet in de volle zon zijn geweest, bij een bezoek aan hun vaderland kunnen verbranden.


Huidkanker

Een gepigmenteerde huid blijkt tegen huidkanker te beschermen.


Vitamine D-synthese

Een negatief effect van een gepigmenteerde huid is de verminderde vitamine D-synthese. Dit is een nadeel voor donker gepigmenteerden in het West-Europese klimaat, zeker wanneer een groot gedeelte van het lichaam wordt bedekt, bijvoorbeeld om religieuze redenen. Vitamine D is een groep in vet oplosbare pro-hormonen, waarvan de twee belangrijkste vormen vitamine D2 (ergocalciferol, de plantaardige vorm) en vitamine D3 (cholecalciferol, de dierlijke vorm) zijn. Vitamine D3 kan in het menselijk lichaam worden geproduceerd onder invloed van ultraviolet licht van de zon. In de meeste gevallen is de synthese in het lichaam ontoereikend en blijft de mens afhankelijk van de aanvoer uit externe bronnen.


Warmte-absorptie

Een nadeel van pigmentatie is dat een zwarte huid 30% tot 40% meer warmte opneemt. Deze warmte zal het lichaam ook weer kwijt moeten raken. Dit gebeurt door zweten. Lange tijd is aangenomen dat donkergekleurden in aanleg meer en grotere zweetklieren hadden, maar inmiddels is aangetoond dat dit veroorzaakt wordt door aanpassing, zweetklieren zijn niet erfelijk bepaald.


Vascularisatie

Hoewel de bloedvoorziening bij de blanke en de gekleurde huid niet verschillend is, is er wel een verschil in thermoregulatie. Dit is het gevolg van een verschil in vasomotore functies. Rasverschillen in vasoconstrictie (het vernauwen van de vaten) en vasodilatatie (het wijder worden van de vaten) van de huid kunnen farmacologische repercussies hebben. Sebumproductie is bij de donkere huid hoger op het behaarde hoofd en lager op de rug dan bij de blanke huid. Een donkere huid zou resistenter zijn tegen irritatie door chemische stoffen (ortho-ergische reactie); het risico op overgevoeligheid is hetzelfde voor alle huidskleuren (allergische reactie). Er is eveneens een verschil in klinische manifestatie van de donkere huid, zoals blijkt uit het optreden van pigmentstoornissen en lichenificatie. Zo kan behandeling van de huid met lokale therapieën, zoals salicylzuur en benzoëzuur, leiden tot hyperpigmentatie en hypopigmentatie van de huid, dat meestal als onaangenaam wordt ervaren.


Zweetklieren

In aanleg is bij alle rassen eenzelfde hoeveelheid zweetklieren aanwezig, maar het aantal varieert bij klimaatverandering. Een donkere huid is beter bestand tegen vochtige warmte en een bleke huid beter tegen een droge warmte. Bij de Oost-Aziatische en de Zuid-Amerikaanse huid komen minder zweetklieren voor.


Langerhanscellen

De Langerhanscel is de belangrijkste antigeen presenterende cel in de huid en is eveneens voornamelijk in de epidermis gelokaliseerd. De ligging van de melanocyten geeft bij een donkere huid geen extra bescherming van de Langerhanscel tijdens UV- straling en er zal bij overmatig zonlicht een immunosuppressie optreden. De Langerhanscellen bij de donkere huid verplaatsen zich tijdens UV-straling van laag in de epidermis naar het midden en bij de blanke huid van het midden van de epidermis naar de lagere cellagen; ook dat heeft consequenties.


Pigmentverschuivingen

Naast afwezigheid van erytheem (roodheid) vallen bij een huidziekte in de gepigmenteerde huid vooral de veranderingen in pigmentatie op:

• Hypopigmentatie (lichte vlekken);

• Depigmentatie (melkwitte vlekken);

• Hyperpigmentatie (gepigmenteerde vlekken).

Hypopigmentatie deze aandoening kan op verschillende manieren ontstaan. Het kan veroorzaakt worden door een versnelde afschilfering van de huid. Er is dan een groter verloop van de keratinocyten bij een gelijkblijvende aanmaak van pigment. ledere keratinocyt bevat dan minder pigment en bij gelijkblijvende dikte van de opperhuid treedt dus hypopigmentatie op. Dit wordt onder andere gezien bij pityriasis alba, een milde vorm van atopisch eczeem. Een tweede oorzaak van hypopigmentatie is een blokkade bij de overdracht van de melanosomen van melanocyt naar keratinocyt ten gevolge van de aanwezigheid van oedeem en ontstekingscellen. Dit treedt onder andere op bij seborroïsch eczeem. Een derde mogelijkheid is dat de pigmentaanmaak wordt geremd. Dit komt onder andere voor bij de lichte variant van pityriasis versicolor, bij topicale steroïdbehandeling en bij tuberculoide lepra. Bij pityriasis versicolor remmen stoffen, gevormd door gist pityrosporum ovale, mogelijk de pigmentaanmaak (overigens ook bij de blanke huid); bij tuberculoïde lepra is de remming van de pigmentsynthese waarschijnlijk een gevolg van een auto-immuunreactie.


Depigmentatie Depigmentatie wordt gezien bij extreme afschilfering, zoals bij de behandeling van psoriasis, bij totale overdrachtblokkade (lupus erythematodes) of wanneer de melanocyt verdwijnt ten gevolge van cytotoxiciteit (cel vernietiging) veroorzaakt door auto-immuniteit (zoals bij vitiligo) of door toxische stoffen (zoals bij chemische leukoderma, onder andere veroorzaakt door rubberversnellers). Het spreekt voor zich dat vitiligo bij de gepigmenteerde huid grotere verschillen in kleur veroorzaakt.


Hyperpigmentatie Hyperpigmenatie kan ontstaan doordat de huid dikker wordt en er dus meer keratinocyten met pigment boven elkaar liggen, bijvoorbeeld bij lichenificatie (vergroving huidreliëf bij bijvoorbeeld chronisch eczeem) of onbehandelde psoriasis. Soms kunnen huidinfecties ook hyperpigmentatie veroorzaken, zoals bij de gepigmenteerde variant van pityriasis versicolor, waarbij onder de microscoop een toename van grote melanosomen te zien is.

Een derde, veel voorkomende oorzaak van hyperpigmentatie, is ‘pigmentincontinentie’. Bij veel huidontstekingen treedt beschadiging op de basale membraan op, zodat pigment van de opperhuid in de lederhuid kan ‘lekken’. Daar wordt het door speciale witte bloedcellen (zogenoemde ‘melanofagen’) opgeruimd. Dergelijk pigment heeft vaak een blauwzwart aspect en verdwijnt slechts zeer langzaam, een soort zelftatoeage.


Vitamine D
In de afgelopen vijf jaar wint de rol van Vitamine D enorm terrein als één van de belangrijkste stoffen voor een gezond leven. Er zijn talloze wetenschappelijke onderzoeken afgerond die aantonen dat Vitamine D tekorten bijdragen aan het ontstaan van ziekten als kanker. Vitamine D speelt een belangrijke rol in diverse orgaansystemen.
• Het reguleert de spiegels van calcium en fosfaat in het bloed door de absorptie ervan uit het voedsel in de darmen te bevorderen, evenals de heropname ervan in de nieren.
• Het vermindert de mobilisatie van calcium uit het bot (door verlagingvan parathormoon.
• Het remt de vrijgave van parathormoon uit de bijschildklier.
• Het beïnvloedt het immuunsysteem door immunosuppressie, fagocytose en antitumor activiteit.

199 keer bekeken
ACTIVITEITEN

Opleidingen/ Cursussen

Congressen

Voetzorgplus

  • Mischa Nagel's Collectie

Mischa Nagel
Zorgspecialist
OVERZICHT
  • Facebook Social Icon
  • LinkedIn

© 2020 MischaNagel.nl